Day 26: Bye Bye Bali, Hello Hong Kong, The Endless Elevator & My Humble House up in the Clouds
29 augustus 2016 - Hong Kong Int Airport, China
Veel te vroeg moest ik op om het vliegtuig te redden. Zwaar bepakt liep ik van de homestay naar het vliegveld, dat had ik slim bedacht. Denpasar vliegveld is lang niet zo groot als Schiphol, maar de juiste terminal was toch nog even zoeken, ja, ik ben nog aan het leren hoe zo’n vliegveld werkt. Zonder veel problemen kwam ik door de douanen, alleen moest ik mijn bergschoenen met metalen veterklemmen uit, wat altijd een gedoe is. Ik was aan de late kant, wat fijn is, want dan hoef je niet lang meer te wachten voor de poort. Direct kon ik doorlopen het vliegtuig in, en daar zat ik dan. Ik had het gevoel dat ik naar huis zou gaan, dat ik net mijn zomervakantie had gehad, en dat ik nu terug ging naar Amsterdam. Maar dat was niet helmaal juist… ik vloog wel ietsje richting het westen, maar voornamelijk naar het noorden, zo naar de zuid kust van China, en naar mijn nieuwe huis in Hong Kong. De naam doet me denken aan King Kong, de film met die grote aap op dat eiland, die verliefd wordt op een menselijke vrouw (Nicole Kidman) en wordt meegebracht naar New York, waar hij een gebouw op klimt en wordt dood geschoten. Later relateer ik Hong Kong vast met iets anders.
Het was een te klein vliegtuig om helemaal naar Amsterdam te vliegen, dus mentaal begon ik toch wat te geloven dat ik inderdaad niet naar huis ging. Er zat een meisje met een donkere huidskleur naast me, ze was denk ik maar iets ouder, en toch verbaasde het mij dat ze ook alleen vloog. Zo raar is het dus niet. Gauw viel ze al in slaap, maar ik zat met mijn ogen wijd open aan het raam geplakt. Het was slechts een kort vluchtje, van 2 en een half uur geloof ik, vandaar dat ik Hong Kong had gekozen als stad om voor een semester heen te gaan. Het ligt namelijk centraal tussen vele landen die ik wou zien, zoals: Indonesië, Thailand, Laos, Myanmar, Vietnam, Maleisië, Korea, Japan, de Filippijnen en het vaste land van China. Studeren in Hong Kong, betekend een ideale mogelijkheid om daarnaast te reizen, en Azië te kunnen verkennen. Singapore is ook zo’n stad, en was daarom mijn tweede keus, alleen deze plek is erg duur, wat zou betekenen dat ik geen geld meer over zou houden voor reizen na het semester. Dus Hong Kong was de beste keus.
Het vliegtuig was gevuld met chinezen, het viel me op dat de huid zo wit was vergeleken met mensen uit Indonesië, en de gezichten zo rond. Ik wou bijna een kleurencirkel naast hun houden. Chinezen zijn blank, maar niet zoals ik, ik heb een licht roze ondertoon, en zij meer iets van geel. Maar het grootste verschil is denk ik toch de ogen. Niet elke chinees heeft erge spleetogen, maar sommige wel, zo extreem dat je de ogen niet kan zien. Het is dat ze recht lopen zonder hulpmiddelen, dat ik weet dat ze echt niet blind zijn! Wat zou er anders zijn gegaan in de evolutie dat zij dit hebben? Zou er een voordeel zijn aan spleetogen? Misschien dat zweet en water minder makkelijk in de ogen stroomt. Alleen, daar hebben we de wenkbrauwen toch al voor? Deze zijn bij Chinezen trouwens heel anders, echt zo vreemd! Ze zijn niet perse groter in lengte, maar wel in breedte. Over een oppervlak van zo’n 2-3 centimeter zijn dunne haartjes verspreid, het zijn geen strepen, maar een soort klein grasveldjes. Ze zien er niet uit alsof ze zo goed werken…
Indonesiërs hebben ook spleetogen, dus daar was ik al aan gewend, maar chinezen hebben het over het algemeen wat erger. Ik bestudeerde de mensen van top tot teen, met deze mensen ga ik samenleven. Lichtelijk teleurgesteld was ik, klinkt gemeen, maar ik was gehecht geraakt aan het tropische uiterlijk van de mensen uit Indonesië. De donker getinte huid en zwarte krullenbossen. De bruine, maar relatief grote ogen die me volgden als ik door de straten liep. De Hongkongers zagen er zo saai uit, zo netjes! Hun zwarte haar keurig geknipt en gekamd, brilletjes op, gestreken nieuwe kleding aan, opgevouwen mouwen. Dit is een heel ander volk, dit wordt nog even wennen.
Maar niet alleen binnen in de cabine was er kijk plezier, buiten begon weer een film van natuurlandschappen. Met mijn camera paraat, zat ik klaar om de mooiste luchtfoto’s van Indonesië te maken. Pap & mam, ik kan jullie niet genoeg bedanken voor dit pracht cadeau, het zet mijn hele reis visueel vast. Nu heb ik de gebeurtenissen op papier door de reisverhalen, en de beelden op waanzinnige foto’s. Ik kan niet wachten om grote afdrukken te laten maken om aan mijn muren te hangen thuis! Zo blij dat dit allemaal mogelijk is, wat ben ik toch een verwend nest. De Indonesiërs herinneren mij daar vaak aan, dat ik erg blij moet zijn dat ik kan reizen rond de wereld en dat ik geld heb. Dat doe ik ook, geen dag gaat voorbij dat ik niet denk: “Wow, wat heb ik een geluk dat dit mogelijk is.” Ik had de Balinezen en Lombokkers graag een deel van mijn vrijheid gegeven, maar hoe? Misschien dat ik dat deels deed door in hun huizen te slapen en hun voedsel te kopen, ze ontwikkelen van mijn geld. Ik keek uit het raampje, en zag de vulkanen van Indonesië als donkere bulten door het wolkenvlak steken. De Rinjani zag er het meest angstaanjagend uit, als grootste vulkaan van de kleine eilandjes, maar zo machtig was hij niet, ik had hem beklommen, ik had hem afgemaakt! Emotioneel staarde ik naar Indonesië, want ik zag het paradijs langzaam wegvagen. Ik voelde een hoofdstuk sluiten, maar een andere open gaan. Ja, wat een ontzettend levensveranderende, spirituele, verbazingwekkende en mond open doen vallende reis. Ik heb mijn plek op de wereld gevonden, en het is in Bali.
Ik was niet verdrietig meer dat ik weg moest, want het gevoel van angst overmeesterde nu. Gaat alles wel lukken? Snap ik wel waar ik heen moet? Wat als ze geen Engels spreken en niemand me helpt? Wat als ik daar aan kom en ik vind de stad vreselijk?! Dan moet ik daar vier maanden zitten vol spijt, godver, was dit nou wel zo’n goed idee? Misschien dat ik liever naar huis wil… ik moet nog bijkomen van dit avontuur, en nu begint de volgende al. Weer moet ik alles achterlaten en naar een nieuwe plek waar ik geen mens of plaats ken. Een geruststelling was dat ik zou worden opgehaald door de universiteit, dat was een service die ze boden aan internationale studenten. Ik moest mijn vlucht nummer naar ze sturen, en zij zouden dan iemand regelen die me oppikt bij de aankomst hal. Vast een docent, en een klein busje.
Tijdens de vlucht zag ik de lucht veranderen en de kleur van het water. Eerst was er amper een wolkje aan de hemel, de zon scheen fel en het water, net als de atmosfeer, was diep helder blauw. Maar toen nam het aantal wolkenvelden toe en werd het grijzer. We begonnen met dalen, en toen begon pas de echte narigheid. We doken door de wolkendeken, en verstopt onder de laken, was geen paradijs, maar een grauwe grijze lucht! De zee was niet blauw maar groen!
Bezorgd keek ik uit het kleine ronde raampje, nee, mijn angsten zijn terecht! Hong Kong is vreselijk! Mijn handen knepen in de handgrepen van de stoel en ik had zin om te gillen tijdens de landing, maar ik wist me te beheersen. Ik moet toch nog wennen aan dat vliegen.
Het meisje werd wakker en pas de laatste minuten voordat we het vliegtuig uit moesten raakten we aan de praat.
“Have you ever been to Hong Kong?” vroeg ik nerveus aan haar. Ze had haar bruine kroeshaar in een net knotje, en nog slaperige oogjes.
“Yes, I teached English here, I love the city,” zei ze, misschien dat ze toch nog wel iets ouder was dan ik dacht.
“You love it? That’s great!” riep ik opgelucht, “I’m going to live here, and I’m just so scared that I won’t like it…”
“Don’t worry, I think you’ll have a good time living in Hong Kong. I never heard bad stories about it, and all people I know who have visited this place liked it a lot,” zei ze, en daarna stond ze op, want we mochten het vliegtuig verlaten.
“Enjoy Hong Kong!” zei ze, en ik wenste haar geluk met wat het ook was dat zij ging doen, ik kan het me niet meer herinneren.
Zenuwachtig liep ik het voertuig uit door de slurf richting Hong Kong Airport. Het is groot, mooi, en erg westers, het lijkt wat op Schiphol met de stralende winkels en witte muren. Maar het heeft een grote hall in het midden, wat meer lijkt op Amsterdam Centraal, maar dan was dit nieuw, wit, schoon en modern. Ik was weer in een rijk land, dat was duidelijk. Ik moest door Immigratie, en ik had mijn speciale brief van de universiteit in Hong Kong al in mijn hand. Trots liet ik de Chinese dame achter de Immigratie Balie zien dat ik een officiële studenten visum had, in het chinees met handtekening en al, op een bladzijde van mijn passpoort. Dit had ik thuis gestuurd gekregen toen ik geaccepteerd was op de universiteit, een soort sticker die ik in mijn passpoort moest plakken. Daarbij was ook een brief waar ze duidelijk zeiden dat ik moest laten zien bij Immigratie, anders zou ik een toeristen visum krijgen zoals alle anderen, en moest ik na een maand Hong Kong verlaten! De vrouw was erg chagrijnig, zette een stempel, en zonder wat te zeggen, maakte ze een gebaar dat ik door mocht lopen. Niet eens: “Welcome in Hong Kong,” niet eens een lachje, niet eens een woord! Nee hè, al mijn angsten blijken terecht te zijn, de Chinezen zijn niet aardig!
Blij dat mijn backpack weer in mijn armen rolde vanaf de loopband, liep ik met de kar met mijn spullen naar de arrival hal. Geen ouders die me daar opwachten, maar een docent, denk ik. Ik rolde de deur uit en zocht naar iets van een aanwijzing tussen de horde van chinezen die achter een hek stonden te wachten op vrienden en familie. Daar op een papiertje aan het hek stond “Hong Kong Baptist University” en daarachter stond een clubje studenten! Voornamelijk meisjes en een paar jongens, allemaal met een wit shirt aan met kleurige handjes erop geprint. De naam van de universiteit stond erop en iets van een studenten vereniging, en iets van een slogan op de rug met “smile”erin. Ze leken een stuk jonger dan ik, de meiden hadden lang stijl zwart haar en de jongens kort geknipt zwart haar. Ze waren een kop kleiner, misschien dat ze daarom zo jong leken.
Ik stapte op ze af en zei dat ik bij de universiteit hoorde, ze namen me erg vriendelijk in ontvangst. Ik moest mijn naam afvinken van een lijst, en daarna gingen we nog wachten op alle anderen die de komende twee uur uit die deur kwamen lopen. Ik was niet de eerste, er waren al twee Japanse meisjes, de schattigste wezentjes ooit! Zo beleefd en lief, en ze vroegen mij van alles. De meiden van de vereniging ook, die wouden weten waar ik vandaan kwam, hoe lang ik zou blijven en welke studie ik ging doen. De uren vlogen best snel voorbij met al het gepraat, en meer en meer internationale studenten verschenen. Duitsers, Fransen, Denen, Zweedse studenten en van het vaste land van China. Toen een Nederlands meisje verscheen, Elsemieke, vond ik het heerlijk om weer eens Nederlands te praten. Maar wel gek, ik moest me helemaal omschakelen. Ze was even lang als ik, donker blond haar, en grote wallen onder haar ogen.
“Jij komt zeker net uit Nederland vliegen?”vroeg ik aan haar.
“Ja, jeetje, wat een vlucht zeg… en wat is het een rare tijd ineens! Ik ben dood moe,” zei ze, “maar jij ziet er lekker fris uit!”
Ik lachte, “ja ik kom ook niet net uit Nederland, ik kom net van Bali, dus dat was slechts een korte vlucht, en ook al ligt het best ver van Hong Kong, het ligt er precies zuidelijk van, dus in dezelfde tijdzone, daarom is er geen tijdverschil!”
“Dat is lekker joh! Was je op vakantie in Bali?”
“Ja backpacken voor een maandje, alleen, en het was gek genoeg de beste vakantie van mijn leven! Het voelt onaardig om dat te zeggen tegenover mijn vrienden en familie, want ik heb met hen ook geweldige vakanties gehad, maar dit was gewoon anders. Het is er niet mee te vergelijken, de vrijheid en het avontuur…”
Energiek vertelde ik over mijn reis, de goede en slechte gebeurtenissen. Totdat ik aankwam bij hoofdstuk “Broken Bungalow” en haar om geld vroeg.
“Ik haat het om geld te moeten lenen van mensen, zeker vreemden! Maar jij hebt een Nederlandse bank, dus dan kan ik het je makkelijk weer overmaken. Kan ik alsjeblieft wat van je lenen? Je krijgt het sowieso van me terug. Hier ik zet mijn naam in je telefoon, je kan me je rekeningnummer sturen via Facebook, als we elkaar niet meer zien op de uni, kan je me zo vinden,” zei ik rustig.
“Natuurlijk, ik heb net wat gepind, hier,” zei de Nederlandse meid, en ze gaf me wat Hong Kong dollars, “Geen idee hoeveel dit is,” zei ze, “Maar 250 klinkt veel,”
“Vind je?” vroeg ik terwijl ik naar de leeuw op het rode briefgeld staarde, “Klinkt voor mij weinig, maar dat komt omdat ik nu Roepia gewend ben, dus dan staat overal een rij nullen achter!”
Beide moesten we lachen, en gingen we naar de Mac Donalds op het vliegveld, erg ongezond, maar zij had de energie nodig, en ik had al een maand geen Mac meer gezien. Ach, voor één keertje dan. Stomverbaasd stonden we de prijzen om te rekenen, burgers zijn hier veel goedkoper! O nee hè, dit is voor mij niet een pluspunt, ik zal een hoofd krijgen zo rond als een chinees.
Elsemiek komt uit Groningen (geloof ik), ze deed sociale geografie, wat dus wel wat op mijn studie lijkt. Maar alle andere internationale studenten deden business en economie, omdat Hong Kong een stad is die vooruit loopt op dit gebied. Elsemiek is verloofd met een jongen uit Engeland, en als ze Engels praat, zet ze ook een brits accent op. Ik vond haar direct interessant toen ze vertelde over haar verloving.
“Ben je daar niet nog wat te jong voor?” vroeg ik.
“Nee, ik weet gewoon zeker dat ik voor altijd samen met hem wil zijn,” zei ze, ze voelde zich lichtelijk aangevallen, te horen aan haar stem.
“Echt?” vroeg ik, “Je wilt nooit andere relaties proberen? Nieuwe mannen ontmoeten, of gewoon even lekker vrij zijn van al dat relatie gedoe?”
“Nee,” zei ze, “ik wil alleen met hem zijn, en zo snel mogelijk trouwen om zeker te weten dat ik hem niet verlies,” ze keek wat minder blij nu ik haar ondervroeg alsof ze gek was.
“Sorry, dat ik zo reageer. Ik wil niet zeggen dat je een foute beslissing maakt, ik ken jullie niet eens, en ik ken mensen die al sinds de pubertijd samen zijn, en samen oud zijn geworden, dus ik weet dat het mogelijk is. Maar zelf, kan ik het gewoon niet voorstellen. Ik zou me nu echt nog niet willen vastleggen aan iemand,” zei ik.
De laatste studenten waren aangekomen, en toen liepen we in een grote stoet richting de uitgang. Alle meiden hadden enorme koffers mee, gevuld met al hun troep van thuis, hele schoenen kasten moeten ze hebben meegesleurd! Ik liep daarentegen met een backpack en een school tas.
“Is dat het enige wat je bij je hebt?” vroegen de andere Nederlandse meiden.
“Ja ik ben net wezen reizen, ik heb alleen wat kleding mee en een toilettas, niet eens een handdoek, of slippers,” zei ik lachend, “en alleen deze bergschoenen en gympen,” zij keken beschaamd naar hun volle tas, ja die hadden veel paren schoenen mee.
“En geen mobiel!” toen ik vertelde hoe ik overleefd had zonder mobiel, reizend in mijn eentje, waren alle studenten verbaasd. De meeste kunnen geen dag zonder mobiel, die zijn radeloos zonder. Maar ik vind geen mobiel stiekem wel fijner, lekker rustig.
Het liefste Chinese meisje van het clubje dat ons op kwam halen, heette Jackie. Ze had haar make-up mooi gedaan en stralende oogjes, een korte pony en een grote glimlach. Zij was het meest geschrokken van mijn gestolen bankpas en dat ik zonder geld moest leven.
“I would be so scared! How can you be so calm?” vroeg ze vol medeleven.
“O well, I just come from paradise and feel pretty good. Just like my Indonesian friend always said: Don’t worry, Chicken curry,”
Geen hoge wolkenkrabbers toen we buiten kwamen, maar alleen een plat vliegveld. We waren nog niet in het stad gedeelte van Hong Kong, maar op een eiland ernaast. Het zou nog een halfuur rijden zijn naar de campus. Er stond een grote bus voor ons klaar, en ik koos een mooi plekje aan het raam.
De lucht was grijs, het water groen, maar het was wel warm. Hopelijk is het vandaag gewoon slecht weer, en is het niet altijd zo. Hong Kong kwam steeds dichterbij, en bruggen verschenen en hoge gebouwen. Wat is alles groot! Het lijkt wel New York, maar dan vol met Aziaten! En wat een gekke gebouwen, en Chinese tekens overal. Alle studenten keken vol bewondering uit de busramen, en ik en Elsemiek giechelden van de hoge bergen die verschenen.
“Daar wordt ik nou zo gelukkig van, bergen,” zei ze.
“Ja, ik ook, heel gelukkig,” zei ik, en ik voelde me al wat beter.
Toen reden we de stad in, gigantische wolkenkrabbers en flats stonden als machtige torens verspreid op de groene bergen. Alleen op het vlakke deel van het land, tussen de zee en de bergen, was het echt vol gebouwd, maar voor de rest was de natuur nog te zien (daar is het te steil om op te bouwen). De weg ging omhoog, omlaag, over bruggen, vliegend over delen van de stad, langs palmbomen en parken. Kleurige retro taxi’s waren overal op de weg te zien, net als mega dubbel dekker bussen en jawel, Audi’s. Immens gelukkig keek ik naar de eerste Audi die ik zag sinds een maand. Toen keek ik weer naar de tropische bergen vol torens. Wat is dit voor gestoorde stad, wat prachtig.
De universiteit en campus, waar ik ging wonen, ligt in Kowloon Tong. Het is op het vaste land, dicht tegen de reusachtige bergen aan, wat ik een prima plekje vond! De bus stond stil, we mochten eruit. Ik liep met mijn tas het trapje af, de straat op, en daar stonden twee grote bruin oranje flats. Ze zagen er moderner uit dan ik verwacht had, en mooier. Ik volgde de studenten naar de binnenplaats, waar we stopten voor de kantine. We konden zien dat het vol zat met Chinese studenten door de glazen muren, maar dat niet alleen, we konden het horen! Een enorm kabaal kwam er uit de ruimte. Een groepje was aan het zingen, en toen ze klaar waren, ging iedereen klappen, juichen en op de tafels bonken. Wij, de internationale studenten keken elkaar aan, allemaal met dezelfde blik, die zei: waar ben ik beland?!
We moesten in een rij staan voor de sleutels van onze kamers, en ondertussen konden we kijken naar de schreeuwende aapjes in de kantine.
“Looks like primary school,” zei ik.
“Yes, they look so young!” zei een Duits meisje.
“They are so weird,” zei weer een ander meisje.
In een koor zaten ze nu allemaal te zingen, terwijl ze de tafels als trommel gebruikten, en gejoel en gelach door de zang heen kwam. Ik vroeg me af wat voor lied het was, iets van een studievereniging?
Ik was eindelijk aan de beurt, ze wouden mijn paspoort zien, en toen kreeg ik een zakje met een sleutel en wat papieren met regels en het programma voor de volgende dagen.
“Your room is S1817L, so S, is South Tower, 18 means the 18th Floor, 17 means room number 17, and L stands for Left side,” zei de vrouw met een erg accent.
Ik herhaalde het hard op, bang dat ik het zou vergeten. South Tower? Ik keek naar de twee torens, aha, de één s de North Tower, de andere de South Tower. Ik moest liep de flat binnen, en moest met mijn nieuwe studenten pas de deurtjes openen. Een lieve vrouw verwelkomde mij in het Chinees. “Hello!” zei ik terug, ze moest hard lachen terwijl ze knikte. Ze had een blauw uniform aan, en werkte daar blijkbaar als een soort poortwachter. Ik stapte met een grote groep de lift in, en zocht tussen de verzameling knopjes nummer 18. Jezus wat hoog, het ging tot 20, maar 19 en 20 waren geen verdiepingen waar mensen woonden, maar wat kamers van personeel. Ik leefde dus op de hoogste vloer met studentenkamers, vet!
Of nou ja, dat dacht ik, totdat we stopten bij elke verdieping. Opgepropt stond ik in de lift vol met kleine mensjes, maar dan ook echt opgepropt, en alsnog stopten we steeds, en duwden nog meer studenten zich in de lift. Hallo! Wat is dit voor gekkigheid. Het was niet zo erg geweest voor even, maar ik moest helemaal naar de bovenste vloer! “First Floor” de deuren gaan open, er moet één iemand uit de achterin de lift staat, niemand kan op zij stappen of verlaat de lift om diegene er langs te laten, die moet zich er dus tussen wurmen. Duurt lang, komen nog drie chinezen voor in de plaats die naar boven moeten, deuren gaan langzaam dicht, de lift gaat eindelijk bewegen, ja! Ja! En dan stopt hij direct weer: “Second Floor” en de cirkel begint weer vanaf het begin, zucht.
“No…” zei ik jammerend naar het plafond starend, in de volle lift die al tien minuten duurde, er was een spiegel daar, dus ik zag mezelf tussen alle zwarte chinese hoofdjes, “It stops everywhere, I will spend the next months go up and down in this elevator!”
De studenten moesten lachen, ze verstonden dus Engels.
“No top Floor is good, you can always go down,” zei een jongen die blijkbaar een ervaren liftganger was. Ik knikte, ook al snapte ik niet helemaal wat hij bedoelde, maar daar ging ik nog wel achter komen.
Na de lange rit in de kleine metalen, glanzende cabine, vol met posters van studentenverenigingen, waar de leden als een soort superhelden werden afgebeeld, kwam ik eindelijk aan bij “18th Floor”. Zenuwachtig stapte ik uit, en zag een lange gang met deuren, en naast de gang was een openbare “huiskamer” voor de hele vloer. Het had een lange tafel met wat stoelen, een TV, grote koelkasten, keuken apparaten, en daarnaast een heel klein keukentje die ik dus met alle studenten op deze afdeling moest delen… hoe gaat dat ooit lukken met twee kookplaten? We eten toch rond dezelfde tijd?
Ik liep de gang af, naar kamer 17, en opende zeer nieuwsgierig de deur. O mijn god. Wat een kleine kamer.
Ik lachte hard, en plofte toen op het bed neer, ik brak mijn rug zowat, en lachte toen nog harder, het matras was zo hard als steen! Oké, nee, ik heb meegemaakt hoe het is om op echte stenen te slapen, en dit was wel iets comfortabeler (ik hoefde niet wakker te worden om mezelf om te draaien s’nachts), maar het was alsnog kei-hard. Ik heb zelfs in de goedkoopste hotels in Indonesië niet zo’n rot matras gehad, ik vond het hilarisch. Ik ben van Silver Deluxe matrassen van de Beter Bed, die aanvoelen als wolken die je kont strelen, gegaan naar een goedkoop dun hard matras. Van een kingsize boxspring, naar een eenpersoonsbed die te kort is voor mijn voeten, want de afmetingen zijn gebaseerd op de lengte van Chinezen. Van een 40 vierkante meter appartement voor mezelf, met een tuintje en een eigen badkamer en een keuken, naar een 8 vierkante meter kamer, die ik moet delen met iemand, geen tuin, een badkamer die ik moet delen met vier, en een keuken die ik moet delen met 50! Ik kwam niet meer bij van het lachen. Liggend op het bed, starend naar het mini plafond. Ik moest denken aan iets wat mijn vader had gezegd toen ik mijn appartementje kreeg:
“Jeetje wat heb je een grote kamer voor jezelf, dat is niet zo handig, want nu wil je nooit meer in iets kleiners wonen dan dit. Nu moet het altijd groter,”
Hij had gelijk, zoals wel vaker, maar dit was kleiner dan zelfs mijn kamer in het ouderlijk huis. Ik had het gevoel alsof ik door de jaren heen steeds “level-up” was gegaan, en nu weer terug was bij af. Waarom leek me dit ook alweer een goed idee?
Ik keek toen het raam uit, waar ik het antwoord vond in de overweldigende skyline: omdat je nu in Hong Kong woont. Ik heb heel wat plekken gezien, maar dit is ver uit de meest indrukwekkende skyline die er bestaat. Zelfs New York kan niet opbotsen tegen het aantal wolkenkrabbers van Hong Kong. Zelfs Las Vegas, heeft niet zoveel lichtjes als deze Aziatische wereld stad.
“Wat is dit voor rare plek?”
Ik hoorde gerommel in de badkamer, en ik schoot er gelijk heen om de buren te ontmoeten. Een beeldschoon meisje stond daar in de donkere badkamer, maar ze leek de duisternis bijna op te lichten. Haar licht blonde haar hing ver over haar blote schouders, haar huid leek van een baby, en haar grote ronde ogen keken me verbaasd aan. Op haar volmaakte gezichtje verscheen een mooie lach.
“I’m Amanda,” zei ze met een accent, ik kon het niet helemaal plaatsen.
“Maria,” zei ik, en ik schudde haar hand met perfect verzorgde nagels. Het voelde ook als een baby huidje. Ik stond versteld van haar schoonheid, niks was er op aan te merken, alles was perfect, behalve dan dat ze net op Barbie leek, en een wat arrogant gezicht had. Een popje, bijna nep. Het was moeilijk om niet aan seks te denken als je haar zag, ze leek op een porno ster.
“Where do you come from?” vroeg ik toen ik mijn woorden weer had gevonden.
“Sweden, you?”
“The Netherlands, Amsterdam,”
Het duurde niet lang voordat de tweede buurvrouw aankwam. Ze was ook een mooie meid, iets donkerder blond, lang, dik haar. Met een zwaardere stem, maar haar uiterlijk was tenminste puur, en minder “gemaakt”. Ze leek me wat rustiger, en liever. Het hielp ook dat ze niet zo bloedmooi als Amanda was, want dat maakte me alleen maar jaloers.
“My name is Mette, I’m from Denmark,”
Nu ik wist hoe mijn nieuwe huis eruit zag, en mijn buren, was ik alleen nog zenuwachtig voor wie mijn kamergenoot zal zijn. Ik keek naar het lege bed, die dicht bij de mijne stond. Wie zou daar gaan slapen? Met wie moet ik dit kleine hokje gaan delen? ik hoop niemand. Het is al krap genoeg! Als ze niet aardig is, dan heb ik een groot probleem, dat zou mijn tijd in Hong Kong kunnen verpesten. Het was niet mogelijk om je kamer te kiezen, of je kamergenoot, het ging allemaal random, alle leeftijden en nationaliteiten gemixt. De enige zekerheid, was dat het een meisje zou zijn.
Ik pakte mijn tas uit, heel gek, want dit was de eerste keer dat ik het volledig uit kon pakken, en wist dat ik het niet de volgende dag weer in moest pakken. Ik blijf hier, dat is even wennen! Alles wat ik mee had kreeg een plekje,de kamer moest ik persoonlijk maken, anders zou het nooit als "thuis" voelen.
Al mijn gevonden schelpjes, stenen en koraal van de reis kregen een plaats op de vensterbank.
Ik zag direct wat er ontbrak: een deken en een kussen. Maar ik was slim geweest, ik had het dekentje van het vliegtuig gejat! Het was te klein en dun om echt als beddeken te dienen, maar voor vannacht was het genoeg. Ik ben te moe om nu nog een winkel te vinden. Ik maakte een kussen, van een stapel vieze kleding in een zak, en deed er een bali doek over, zodat de stof wat zachter aanvoelde voor mijn gezicht. Het rook niet lekker, maar als ik slaap merk ik daar toch niks meer van.
Ik ging liggen op het harde matras met het stink kussen, onder het kleine vliegtuig dekentje. Ik moest in foetus houding liggen, om niet met mijn benen bloot te liggen, of uit het bed. Ik lag nog lang wakker, alle nieuwe gebeurtenissen moest ik nog verwerken.
“Holy shit, ik ben in China,”
Foto’s
1 Reactie
-
Tineke Kriek:22 januari 2017Je bent alweer wijzer geworden en veel ervarener dan je medestudenten daar in Hong Kong denk ik.

























