Story 8: The National Park, Shipwreck Beach & Pee, I need to Pee!
31 mei 2024 - Pangandaran, Indonesië
Het was maandag, dat kon je merken aan de rust op het strand. Veel van de Indonesische weekendtoeristen waren weer teruggegaan naar de stad.
De zee had zich ook teruggetrokken. Ineens was het strand twee keer zo groot en lagen alle boten weer vast in het zand. De vlaggen stonden niet meer in het water maar in het zand. Wat indrukwekkend, de krachten van de planeten, je zou bijna vergeten welke invloed de maan heeft.
Het geruis van de zee werkte kalmerend. Woesh… woesh… woesh. Een ritmisch geheel waardoor ik bijna in trance kom. Soms een grote golf, dan weer even stil, maar altijd weer een golf. De leegte van de zee, het niets, even helemaal ni…“Selfie!” riep een vrouw.
Ik schrok op. Nee he, ga weg. Shit als de dag zo al begint dan wil ik niet weten hoe de laatste foto’s eruitzien. Toen King Kong een attractie werd liep het ook niet goed af.
“Alright,” zei ik en ging naast haar staan. Haar man wilde ook een foto, en haar dochter, en daar kwam het volgende groepje alweer. Nee nee, dat was niet het plan van vandaag.
“I’m sorry, I need to be somewhere,” zei ik terwijl ik op mijn onzichtbare horloge tikte. Ik wilde nog wel meer smoesjes verzinnen maar ze verstonden toch geen Engels. Gewoon lopen meid, lopen!
Ik liep naar Pangandaran National Park. Alsof een oude man het in mijn oor had gefluisterd, of gemompeld. Mannen met paarden, planten, kokosnoten, iedereen wilde wel wat (geld) van mij. “Terimah kasih, tidak,” zei ik beleefd terwijl ik lachte en gauw weer naar de grond keek. “I’m fine, thank you.”
Nu de weekendgasten weg waren, zag ik wel anderen mensen op het lege strand: mannen met metaaldetectors. Wat ze zochten? Pas bij de vierde man durfde ik het te vragen, barstend van nieuwsgierigheid.
De man, in versleten kleding met een gerimpelde bruine huid keek me een paar seconden aan. Toen ging zijn blik naar zijn hand waar hij een zilveren ring vanaf haalde.
“Rings? Jewelry?” vroeg ik met opgetrokken wenkbrauwen.
Hij knikte. Er kwam een lach tevoorschijn met tanden in alle tinten bruin, met grijs en zwart erbij. Wat slim zeg, dan kan hij daarna hopelijk zijn tandenpoetsen.
Het Nationale Park was te betreden met een boot of een stiekem pad als je de kosten van entree wilde ontlopen. Ik las in de Lonely Planet dat het daarom niet genoeg geld heeft om goed onderhouden te worden. Papiertje voor papiertje gaf ik aan de man die achter het raampje lag te slapen. Ik wist niet dat ik daardoor geen geld meer zou hebben voor eten die dag.
Ongerepte jungle met een wandelpad erdoor. Bomen die zo hoog aan de hemel reikten dat de leeftijd moeilijk te schatten was. Ancient. Geritsel in de takken boven. Ik struikelde bijna over de missende stenen in het pad. Enkelbrekers, precies op een plek waar ik naar boven kijk. Gevaarlijk zeg.
Er viel een tak op de grond terwijl het windstil was. De schaduw van iets wat door de boomkruinen bewoog, slingerend. Dat kan maar één ding betekenen. Mijn blik ging weer naar het pad waar plots iets stond. Geschrokken slaakte ik een kreet uit. Een aapje! De Javaanse langoer, dezelfde aapjes als ik zag in Bali.
Zijn gezicht zei “Fuck off, I don’t want to have a selfie with you.”
Ik begreep hem helemaal. Uit respect liet ik hem zijn wandeling voortzetten zonder mijn camera erbij te pakken.
Er kwam een hard geluid uit de bosjes, tsjirpend, zoemend, heel hard, alsof er een alarm af gaat maar dan van een insect of een vogel. Wat is dat?! Waar komt het vandaan? Toen ik binnen een meter afstand was viel het geluid weg en ging het verder op een andere plek. Ja doei, dit spelletje speel ik niet mee. Veel plezier vriend.
De jungle werd dichter en het verharde pad verdween. Flashbacks van de jungles in Hong Kong waar een spinneninvasie had gezorgd voor een paniekaanval. Ik onderzocht de openingen tussen de boomkruinen. Geen webben van spinnen om vogels te vangen, ja dat lees je goed, vogels. Clear, clear, all clear!
Toen ik weer naar pad keek stond daar weer iets. “Aa!” Een slang! O wacht, hij heeft voeten. Gerustgesteld haalde ik adem. Wat een prachtige schutkleur. Een grote Indische Varaan die mij geschrokken aankeek. Ik knipperde met mijn ogen, misschien dat het niet alleen bij katten werkt. “Hallo schat, I come in peace.”
Voorzichtig pakte ik mijn camera uit mijn zak. Zonder een geluid te maken. Uit het niets kwam er een dikke Indonesiër langs en de grote hagedis schoot de bosjes in. Vriendelijk lachte ik naar de man terwijl ik met mijn hoofd schudde, wat een klootzak.
Ik kon Ferry de Varaan nog net zien zitten.
Na een tijdje lopen door de jungle kwam ik uit op een wit strand van aangespoeld koraal. Ik vond het lijken op vruchtenslag, maar dan in het wit. Ik vond een schelp zo groot als mijn hand en een stuk koraal die ik nog niet had. Gratis souvenirs, beter dan dit wordt het niet.
Het mooist aan dit strand? Wat dacht je van een scheepswrak. Het is een illegaal visserschip uit Antarctica die de marine heeft laten zinken. Ze hebben hem expres laten staan als waarschuwing. Het was alleen niet de bedoeling dat het schip zou gaan liggen, maar niemand kan het wilde water hier temmen.
Ik vond een mooie boom om op te zitten. Daar kwam weer een aapje. Hij probeerde te drinken uit de lege flesjes die op het strand lagen en vond een zak chips waar nog bakje chilisaus in zat. Ervaren maakte hij het bakje open en stak zijn tong erin. Smakkend at hij de chilisaus op. Soms keek hij geschrokken op. Hij moest ook nog wennen aan de pepertjes.
Ik kwam een prachtige familie met baby aapjes tegen, maar ik kon maar aan één ding denken. I need to pee, pee! Die hadden we nog niet gehad hè? Haha. De hele weg terug was een marteling. Ik hield het niet meer. Overal bosjes, er was niemand. Oké dan. Bij het volgende beschutte plekje ga ik.
Net toen ik wilde gaan kwamen er twee surfers voorbijlopen, met hun lange natte haar en bord onder de arm. “Hello!” zeiden ze.
“Hello,” zei ik, maar mijn lach verdween direct weer. Oké bij het volgende plekje dan.
Ik stapte weer de bosjes in en stond toen oog in oog met de volgende varaan. Deze was écht heel groot, zwart en eng. Ik wist niet hoe snel ik weer naar het pad moest komen. Slipje weer omhoog, struikelend over de begroeiing en mijn slippers.
Wildplassen in de jungle? Hell no!
















- Mirte Steenkamp: Haha wat een lieve reactie…
- Tineke Kriek-Groot: Wat een geweldig verhaal…
- Tineke Kriek-Groot: Met veel belangstelling verslag…
- Mirte Steenkamp: Hahaha, ja jou kon ik ook…
- Cis: Haha dat stukje met je grote…
Alle reacties »