Story 13: The Jungle Morning Orchestra, from Batukaras to Yogyakarta & The Race Against Time
15 juni 2024 - Banjar, Indonesië
Java is geen eiland voor beginners. Rondreizen hier kost meer energie dan je wil en je moet slim te werk gaan als je al je behoeftes op een dag gevuld wil krijgen. Zonder eten naar bed, ATM’s die niet werken, winkels die om rare tijden dicht gaan, het vervoer wat allemaal langer duurt, bordjes die niet in het Engels zijn, wifi die traag kan zijn en alleen in het hotel is. Oké dat was deels mijn schuld zonder simkaart.
Het positieve van Java? Dat is ook een hele lijst. Je kan de echte cultuur van Indonesië zien zonder dat er een laag toerisme overheen is gesmeerd. De mensen zijn ontzettend aardig en als ze Engels hadden gekund had ik met iedereen een gesprekje kunnen maken. Je wordt warm ontvangen en ze zijn oprecht nieuwsgierig naar je. Het eten is fantastisch, het weer (aan de kust) is perfect en het is een heel veilig land. Koffie, kruiden, geuren, geluiden, alles wordt geprikkeld en er is geen saaie dag op dit eiland te beleven. Of ook maar een eiland in Indonesië.
In zo weinig tijd was Bali wel handiger geweest. Daar gaat alles gewoon wat sneller en makkelijker. Ook de afstanden zijn kleiner, dus dat is fijn. Mocht je nieuwsgierig zijn geworden naar Indonesië, ga naar Bali, ik zweer dat je me later bedankt voor de tip. Sama sama! (you’re welcome!)
Ik was extra vroeg opgestaan want vandaag ging ik naar Yogyakarta. Mijn rustdag had goed gedaan want ik voelde me minder ziek dan gister. Eindelijk over het hoogtepunt heen en niet eens nachtenlang op het toilet gezeten, fuck yeah!
Opgelucht liep ik naakt de bosjes in. Ik bedoel badkamer. Zou iemand me kunnen zien? Mijn ogen gleden langs de hemel boven de muren. Vadsige palmbomen stonden gebogen in het ochtendlicht. Geen apen of orangs in de boom die mij stiekem konden zien.
De vogels floten, en allerlei andere dieren en insecten die ik niet thuis kon brengen. Wat een volle ochtendglorie. Het orkest van jungle beestjes wilde aan iedereen laten weten dat de prachtige dag begonnen was. The Jungle Morning Orchestra.
“Double breakfast please!” opperde ik bij de lieve jongen om half 8 ‘s ochtends. Ik stak mijn twee vingers in de lucht en keek of hij het ging begrijpen. Hij knikte. “Two orange juice!” Ja als ik er dan van ging genieten om single te zijn, dan was dat nu wel.
Even met Grab een taxi bestellen. Ik zat bij de receptie van de bungalows en had de sleutels net teruggegeven. Normaal duurt het een paar minuten voordat de taxi er is, maar nu kon de app niets vinden. Alleen een Grab bike, dat je achterop de scooter gaat bij iemand. Wat een uitvinding.
Het zou twee uur rijden zijn naar treinstation Banjar. Ik keek naar mijn dikke uitpuilende koffer. Hoe gaat dat ooit passen achterop de scooter met mij erbij? Twee uur achterop is ook wel heel lang. Mijn blik wende zich terug naar het jongetje dat dacht dat hij van mij af was.
“A taxi to Banjar please?” Hij ging gelijk bellen en ik zat zenuwachtig mee te luisteren. Ik begreep er geen woord van natuurlijk, of nou ja, een paar dan. Hoe moet het als er geen taxi kan komen? Dan moet ik toch achterop de scooter, tenminste naar een plek waar wel normale taxi’s zijn.
“Motor or mobil?” vroeg hij.
Jeetje wat waren die Lonely planet woordjes toch handig. “Motorbike or car? Car please!”
Toen moest hij nog een paar belletjes doen en kwamen de verlossende woorden:
“Wait a minute miss, taxi will come.”
Even was ik gerustgesteld en plofte neer op de bank van de receptie. Tot ik doorkreeg dat ik al deze extra wachttijd niet had meegenomen in mijn planning van de ochtend. Ik krabde achter mijn oren. Hij zei “a minute” maar dat was vast niet letterlijk.
Nee inderdaad. Twintig minuten later kwam hij aanrijden. Enorme bus met airconditioning, allemaal voor me, myself, my suitcase and I. Mijn innerlijke milieuactivist huilde.
Ik liet hem mijn vertaalapp zien:
“My train leaves at 11:07 from Banjar station. Please hurry!”
Hij lachte nerveus. Top, hij begrijpt het.
We keken allebei nerveus naar de klok en naar de routebeschrijving, en weer terug. Hoe hard moesten we tegen de tijd in rijden? Tien minuten. Het was twee uur rijden en we hadden nog 1 uur en 50 minuten over. Een race tegen de tijd.
“I think we will make it,” zei ik nog, maar ik wist niet wat voor rit me te wachten stond.
Het personenbusje was erg comfortabel. Zwarte leren stoelen en geen zichtbare bedrading. Zelfs de riem werkte. Voor het eerst besloot ik oortjes in te doen om muziek te luisteren. Alsof ik was vergeten dat muziek bestond in deze wereld.
Het kust landschap veranderde bij elke bocht iets meer in een bos. De jungle werd dichter, wilder, en heuveliger. We reden op een dunne asfalt weg de bergen in die vol begroeid waren met alle soorten vegetatie.
De muziek van Whitest Boy Alive knalde door de kleine speakertjes in mijn oren. Vrolijk, rustig en toch ook motiverend. Indie pop/rock, zeker een aanrader. Ineens kon ik me vinden in de titel. The Whitest Girl Alive. Hier wel.
Toch kon ik me niet helemaal van de situatie afleiden. De bus werkte niet met ons mee over de kronkelige wegen waar je amper langs elkaar kan, en hij moest iedereen inhalen. Toeterend ging hij auto’s, scooters en busjes voorbij.
Ik moet de trein halen! Ja, daar gaan we weer. Zal het dan de derde keer scheepsrecht zijn? Dat het twee keer lukt en de derde keer niet.
De stress was aan het opbouwen. Voor ons allebei. Gespannen zat hij achter het stuur. Geen muziek aan, in volle focus de opdracht voltooien die hij gekregen had.
Met een rotvaart scheurden we door de bergachtige jungle. We waren opgegeven moment zo hoog dat we over een soort bergrand reden waardoor we de valleien om ons heen mooi konden zien liggen. Gevuld met ongerepte jungle. Wauw, hallo Java.
Dit maakte het niet persé makkelijker voor onze gestreste chauffeur. Ondanks de airco gutste het zweet van hem af.
Af en toe keek ik op mijn mobiel, de offline maps liet zien hoe lang het nog rijden was. Na een uur rijden was het nog steeds tien minuten langer dan we hadden. Je kan toch ook niet tegen de tijd in rijden? Niet hier in iedergeval, hier duurt alles juist langer.
Ik ga sowieso de trein missen. Ik heb hem een opdracht gegeven die gedoemd is om te mislukken. Had ik dat nou wel moeten doen? Zal ik hem uit zijn leiden verlossen? Gewoon zeggen “It’s okay, I will take the next train, it’s impossible.” Maar mijn lippen bleven nerveus op elkaar gedrukt.
Ineens stonden we stil. Een vrachtwagen kwam in zijn achteruit van een oprit, vol beladen met metaal waar mensen op stonden. Nagelbijtend keek ik naar de uiterste traagheid waarmee de wagen bewoog. De chauffeur begon te toeteren en bijna op ze in te rijden.
Toen we vrij waren ging het gaspedaal helemaal naar beneden. Ik hield mijn hart vast. Het landschap werd vlakker en we reden de bergen uit. We kwamen steeds dichter bij de stad Banjar.
We kwamen op de snelweg en hij liet toen pas echt zien wat hij in huis had. Met volle snelheid wist hij zich langs het verkeer te bewegen. Hij wist wanneer hij kon inhalen en wanneer niet. Als een echte professional.
Nu begon het er echt om te spannen. Ik hield het niet meer. Ik wilde het zo graag halen, maar ik wist dat de kans eigenlijk te klein was. Zes uur wachten op de volgende trein. Godver, kutzooi!
Ik zag de klok aflopen tot er bijna niets meer over was. Aan het eind van de lange weg zag ik het treinstation opdoemen. “How long?!” schreeuwde de chauffeur. Hij was even zenuwachtig als ik. “Four minutes!” schreeuwde ik terug. Ik begon hysterisch te lachen, de taxichauffeur ook, maar we konden wel janken.
Gauw telde ik hoeveel briefjes hij van mij kreeg en gaf dat alvast. Deze kleine dingentjes gaan het nu niet meer verpesten. Nee hoor.
Met een sneltreinvaart reden we de parkeerplaats op. Direct toen de wagen tot stilstand kwam bedankte ik de chauffeur en rende ik het station in.
Waar moet ik zijn? Is de trein er nog?!
“Wait! Yogyakarta! Wait!” schreeuwde ik hollend naar de medewerkers die er stonden.
Ik mocht de rij met mensen overslaan toen ze hoorden naar welke stad ik moest. Een hele snelle kaartjes check en toen mocht ik er langs.
“This way?!” schreeuwde ik in de oren van een arme meid die daar werkte.
Ze knikte. Rennend met de rolkoffer vloog ik trappen op en af om uiteindelijk bij een trein te komen die stond te wachten.
Trillend stapte ik de trein in.
“Yogyakarta?!” vroeg ik.
“Yes,” zeiden de mensen die in de trein zaten.
Ik ging zitten op de stoel en moest hardop lachen van opluchting. Ik schudde mijn hoofd. Dit kan toch niet. De allergrootste glimlach verscheen op mijn bezwete gezicht.
Toen ik naar buiten keek ontmoette mijn blik de ogen van iemand die ook dol enthousiast was.
De taxichauffeur.
2 Reacties
-
Tineke Kriek-Groot:19 juni 2024Wat een geweldig verhaal van je busavontuur. Om ook in sneltreinvaart te lezen en dat deed ik in de hoop dat je het zou halen. Tjonge, wat een avontuur weer Mirte. En wat ga jij toch voor de adrenaline en de spanning. Dan lijk je volop te leven. Ik genoot weer van deze Indonesische belevenis alsof ik er een beetje bij was. Hoewel..... nee, niet. Veel te zenuwslopend en gelukkig op grote afstand meegenieten...
-
Mirte Steenkamp:19 juni 2024Haha wat een lieve reactie weer! Wat fijn dat je mee kon genieten. Ik vond het ook erg leuk om te schrijven!




